Nieuws
Wat doet de D66 voor gehandicapten?
Fatma Koser Kaya is woordvoerder gehandicaptenzorg van de Tweede Kamerfractie van D66.
Gehandicapten.info vroeg haar om uitteleggen wat D66 precies doet voor gehandicapten.
Visie D66 op gehandicaptenzorg
D66 pleit ervoor dat gehandicapten volwaardig moeten kunnen participeren in de samenleving. In een maatschappij moeten de individuele kwaliteiten van mensen worden erkend en benut. Daarom moeten gehandicapten de kans krijgen zichzelf optimaal te kunnen ontplooien. Daarvoor moeten zij maximaal in staat worden gesteld zich te bewegen in de maatschappij. Om dit alles te bereiken moeten (verstandelijk) gehandicapten zo veel mogelijk betrokken worden bij de besluitvorming. In de huidige maatschappij wordt nog te vaak ‘voor’ in plaats van ‘met’ gehandicapten besloten.
AWBZ
D66 is er zich van bewust dat ernstig verstandelijk gehandicapten niet in staat zijn volledig deel te nemen aan de maatschappij. Deze groep heeft recht op kwalitatieve zorg. De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) is hiervoor het aangewezen instrument. De wet is bedoeld voor het bieden van langdurige onverzekerbare zorg. D66 constateert echter dat de regeling te veel is uitgedijt en wordt ingezet voor groepen waarvoor deze niet is bedoeld. De AWBZ moet daarom terug naar de kern: zorg bieden voor gehandicapten en chronisch zieken. Gehandicapten mogen niet de dupe worden van bezuinigingen op de AWBZ.
Wajong
De Wajong biedt jonggehandicapten die arbeidsongeschikt zijn een uitkering. D66 vindt de instroom in de Wajong te hoog en de uitstroom te laag. Daarom moet de Wajong activerender worden vormgegeven. Volledig arbeidsongeschikten kunnen rekenen op een uitkering. Mensen die (gedeeltelijk) kunnen werken, moeten gestimuleerd worden om dit te doen. D66 is daarom voor de plicht om passend werk te accepteren, maar ook om werken aantrekkelijker te maken.
Ten eerste wil D66 loondispensatie bij een inkomen boven het minimumloon.
Ten tweede wil D66 een terugvaloptie, zodat het recht op een uitkering niet na 5 jaar werken vervalt. Dit zorgt nu voor terughoudendheid bij het accepteren van een baan.
Ten slotte wil D66 dat het speciaal onderwijs beter aansluit op de arbeidsmarkt. (hier hebben we een motie over ingediend, die is aangenomen).
Gelijke behandeling
Elke burger is gelijk voor de wet en dient gelijk behandeld te worden. Gehandicapten worden nog te vaak gediscrimineerd. Dit moet krachtig worden bestreden. D66 Tweede Kamerlid Ursie Lambrechts pleitte in 2001 voor het opnemen van gelijke kansen en het recht op een volwaardige deelname aan de maatschappij voor gehandicapten in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ). Deze wet trad in 2003 in werking. In Europa heeft D66-Europarlementariër Sophie in ‘t Veld zich ingespannen voor een brede EU Anti-discriminatie Richtlijn. D66 zal zich ook de komende tijd weer actief inzetten voor erkenning van de rechten van gehandicapten.
Wat deed D66 recentelijk voor gehandicapten?
Op een op de drie scholen voor doven is de kwaliteit van het onderwijs zwak. Voor D66 is dit onacceptabel en daarom stelde Alexander Pechtold 3 februari 2010 Kamervragen aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mevrouw Dijksma. In 2009 stelde ik zelf via schriftelijke vragen het probleem aan de kaak over het wegvallen van maatschappelijke hulpverlening aan doven en slechthorenden. Verder heb ik in 2007 aandacht gevraagd voor de zorgwekkende situatie en gebrekkige hulp aan allochtone kinderen met een verstandelijke beperking.
|
Inbreng Algemeen overleg Ouderschap verstandelijk gehandicapten
Door Fatma Koser Kaya, 18 mei 2006
Voorzitter, we spreken vandaag over een ontzettend moeilijk onderwerp. Hoe om te gaan met de ouderschapswens van verstandelijk gehandicapten?
De verstandelijk gehandicapten waar het om gaat zijn veelal licht verstandelijk gehandicapten (LVG-ers). Hoewel deze mensen de ontwikkeling hebben van een kind van acht of een kind van twaalf, hebben ze net als een ieder behoefte aan intimiteit, aan seks en soms ontwikkelen verstandelijk gehandicapten een kinderwens. We zien dan dat verstandelijk gehandicapten die een beroep kunnen doen op hun sociale netwerk vaak goed in staat zijn een kind een goede opvoeding te bieden. Maar het gaat ook vaak mis. In tweederde van de gevallen kan de verstandelijk gehandicapte de opvoeding niet aan, met uithuisplaatsing van het kind als uiterste consequentie.
Voorzitter, D66 is een sociaal-liberale partij die van nature het zelfbeschikkingsrecht van mensen hoger waardeert dan inmenging van de overheid. Maar wat te doen als de opvoeding faalt, of als de verstandelijk gehandicapte ouder niet in staat blijkt of zelfs lijkt om een kind te laten genieten van een onbezorgde jeugd met alle kansen op ontwikkeling en ontplooiing, zodat het kind opgroeit tot een mondige, zelfstandige en verantwoordelijke volwassene? Het dilemma waarvoor we ons geplaatst zien is zeer zwaar: want over wiens zelfbeschikkingsrecht hebben we dan: dat van de ouders, of van het kind? Voor mij staat het belang van het kind voorop. Maar waar houdt dan de verantwoordelijkheid van ouders op, en begint de bevoegdheid, en soms de plicht, van de overheid om in te grijpen?
De staatssecretaris stelt in haar brief van 1 maart 2006 voor een algemeen ontmoedigingsbeleid te gaan voeren. Maar hoe kan je een algemeen ontmoedigingsbeleid voeren als we weten dat niet iedere verstandelijk gehandicapte vergelijkbaar is? Voorzitter, sinds de jaren negentig is de overheid begonnen met de vermaatschappelijking van het beleid ten aanzien van verstandelijk gehandicapten. Het negatieve imago van verstandelijk gehandicapten moest worden omgebogen. De nadruk moest niet liggen op hun beperkingen, maar op hun mogelijkheden.
Deze vermaatschappelijking stuit als het gaat om ouderschap op een grens. En dat is vreemd. In het onderzoek van de UvA en het AMC ‘Samenspel van factoren’ blijkt immers dat er veel positieve ervaringen zijn met ouderschap van mensen met een verstandelijke handicap. Bovendien benoemt dit onderzoek belangrijke factoren die bijdragen aan verantwoord ouderschap. Als ‘beschermingsfactoren worden genoemd: een goed sociaal netwerk, bereidheid om hulp te accepteren en in staat zijn iets met deze adviezen te doen, het beschikbaar zijn van professionele hulpverlening, de maatschappelijke acceptatie en de financiële onafhankelijkheid. Ouders met een verstandelijke handicap, waarbij deze factoren aanwezig kunnen zijn, kunnen een eigen gezin runnen. Een generiek ontmoedigingsbeleid lijkt D66 daarom niet op zijn plaats.
Veel liever ziet de D66-fractie dat de staatssecretaris zich inzet op het ontwikkelen van een professionele standaard, zodat professionals weten wanneer een zwangerschap bij een verstandelijk gehandicapte moet worden voorkomen. In zo’n geval zou gedwongen anticonceptie op zijn plaats zijn. Hiervoor moet echter nog een behoorlijke slag gemaakt worden als het gaat om de kennisontwikkeling binnen de beroepsgroep. Ik vraag de staatssecretaris hierop in te zetten in plaats van op een algemeen ontmoedigingsbeleid en op de afbraak van hulpverlening, juist voor mensen met een verstandelijke handicap.
Graag zou ik ook willen weten hoe de landen om ons heen met dit vraagstuk omgaan. Ik verzoek de staatssecretaris ons daar inzicht in te geven?
Voor D66 geldt dus, zet in op maatwerk!
|
|